Portret van een Shiba
De Shiba (Inu) valt onder:
| Groep |
Spitsen en oertypes |
| FCI |
257 |
| Sectie |
5 |
Rasinfo
| Herkomst |
Oud ras uit het Midden-Japanse bergland, in gebruik als jachtond. In het begin van de twintigste eeuw dreigde het ras uit te sterven, maar is vanaf ongeveer 1928 in Japan toch weer opgebouwd. |
 |
| Algemeen voorkomen |
Kleine hond met vosachtige uitstraling, evenredig en stevig van bouw, met een lichtvoetig, veerkrachtig gangwerk. |
 |
| Schofthoogte |
reuen 40 cm, teven 37 cm; een afwijking van 1,5 cm naar boven en beneden is toegestaan. |
 |
| Gewicht |
10-15 kg |
 |
| Vacht |
Bovenvacht hard, recht en relatief kort (aan de staart wat langer), ondervacht zacht en dicht. Rood, black and tan (zwart met roodbruine aftekening) en sesam (haren rood met zwarte punt), alle drie met ‘urajiro’-patroon: witachtige aftekening op snuit, wangen, onderkant van de kaak, hals, borst en buik, binnenkant van de benen en onderkant van de staart. |
 |
| Gebruik |
Inzetbaar als waakhond en jachthond op kleinwild en gevogelte. Tegenwoordig vooral geliefd als gezelschapshond. Om daarin volledig tot zijn recht te kunnen komen, vraagt hij veel aandacht in de vroege socialisatieperiode. |
 |
| Gezondheid |
Fokdieren worden onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie, patella luxatie en erfelijke oogaandoeningen. |
 |
| Aard |
Alert, attent en actief. Teven meestal pinniger dan de reuen. |
 |
| Bijzonderheden |
De vacht vraagt vrijwel geen verzorging. In de halfjaarlijkse ruitijd komt er echter veel haar vrij. |
|
|
Laatst geupdate op ( dinsdag 13 februari 2007 )
|